• De Villa
• Villa in de 1e eeuw 
• Villa in de 2e eeuw
• Villa in de 3e eeuw
• Plattegrond
• Structuren omgeving
• De Via Belgica
• Waar ?
• De toekomst
• Links
• Informatie
Overige structuren

Bijgebouwen en structuren in de directe omgeving.

Van de veronderstelde weg naar de Via Belgica is overigens teruggevonden, zelfs geen doorgang door de 'tuinmuur' die het woongedeelte (parsdomestica) van het werkgedeelte (pars i rustica) van het villa-erf scheidt. Toch moet deze er geweest zijn, want de weg heeft J zeker ook verder naar beneden gelopen, naar een ingang of toegangspoort tot depars rustica. Een belangrijk argument daarvoor is dat exact in de as van het gebouw een stenen fundering is gevonden van 1 .25 x 1 .50 m. 

Op deze funderingsplaats heeft een of ander monument gestaan, bijvoorbeeld een Jupiterzuil waarvan bij diverse villae exemplaren gevonden zijn. Helemaal beneden aan de Steinweg is direct ten oosten van de veronderstelde toegangsweg een fundering gevonden van een gebouw dat onderdeel van een poort kan hebben uitgemaakt. 

Hoewel deze structuur nagenoeg onder de Steinweg ligt is aan de oostzijde nog net een muuraanzet waargenomen. Deze kan overigens niet direct met de muur naar gebouw A worden verbonden. Een smal proefsleufje in 1985 heeft, 2.5 ΰ 3 m ten zuiden van deze laatste muur ook al een vermoedelijke muur onder de Steinweg opgeleverd die beter met de nu gevonden muuraanzet te verbinden valt. Het is mogelijk dat het muren uit twee verschillende fasen betreft, maar wellicht mogen we ook aan een overdekte zuilengang denken. Wanneer dit juist is, dan komt de totale lengte in NZ richting, van greppel b tot onder de Steinweg, op ruim 170 m. 

Dat is al zeer dicht in de buurt van de 177.6 m. die nodig is om uit te komen op een lengte van precies 5 actus (1 actus is 35.52 m). Dat hoeft natuurlijk niet zo precies te kloppen, maar het ligt in dit geval voor de hand omdat de afstand tussen de oostelijke en de westelijke greppel b bijna 214 m bedraagt, en dat is exact 6 actus!

Buiten deze omheining, ten westen van de smidse, is in 1987 een merkwaardige, onregelmatig gevormde stenen structuur opgegraven (afb. 45, M) met een 2.8 m brede ingang aan de noordzijde (afb. 47). Deze ruimte is ingegraven, met de helling mee, en de wanden (ca. 14 x ca. 12.5 m) bestaan uit bekapte stenen die gestapeld zijn in verband, maar zonder cement. De hellende vloer, met van noord naar zuid een niveauverschil van 1 m, bestaat uit brokken kalksteen en vuursteenknollen. In het diepste deel van deze ruimte heeft men de wanden (de hele zuidwand en de oost- en westwand tot ongeveer halverwege) aan de 'buitenzijde' , dus tegen de vaste grond aan, voorzien van een pakking van vette, bont gekleurde beekklei.

Dezelfde klei is ook gebruikt ter afdichting van de boven beschreven wateraanvoerleiding en de di verse putten, en diende ongetwijfeld om in het diepste deel van de ruimte water te kunnen laten staan. Zowel de constructie als de vondsten maken duidelijk dat het een niet overdekte, half met water gevulde en gemakkelijk toegankelijke ruimte geweest moet zijn. Voor de interpretatie van belang is dat deze buiten het erf is aangelegd, zodat er vermoedelijk iets onprettigs (vies, gevaarlijk, stinkend) in gebeurde. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk, maar de meest waarschijnlijke is toch wel dat het een wasplaats voor dieren is geweest. 

Vroeger hadden boerderijen in gebieden met zware gronden soms een zogeheten 'paardewed', waar de trekdieren na het werk op het land konden worden schoongespoeld en zich even verpozen. Hetzelfde kan ook met de ossen en muildieren gebeurd zijn die op een Romeinse villa als trekdieren werden gebruikt. Van een heel andere orde zijn de gebouwen op het achtererf van de villa. Voor het al in 1985 ontdekte gebouw afd. 45, J valt geen duidelijke functie aan te geven. In 1986 is in de noordwesthoek van het erf een klein maar zwaar uitgevoerd fundament ontdekt.

 

Eerder  is dit als mogelijk grafmonument, heiligdom of toren beschreven. Zekerheid over de juiste interpretatie is er niet, maar er zijn inmiddels goede argumenten om de voorkeur te geven aan een heiligdom. Zowel in Engeland als op het vasteland blijken vergelijkbare plattegronden gevonden te zijn, ook in grotere tempelcomplexen, die als tempel worden verklaard . Het zijn dan steeds kleine tempeltjes met een vierkante cella en een kleine, open voorhal. Deze interpretatie wordt bovendien gesteund door de ontdekking, in 1987, van een tweede rechthoekig gebouwtje op het achtererf (afb. 45, L).

 Hoewel de plattegrond van 2.9 x 3 m op zichzelf weinig zegt, kunnen we ervan uitgaan dat ook dit een heiligdom is geweest. Op deze plaats is namelijk veel aardewerk gevonden dat bovendien ook nog grotendeels van dezelfde soort bleek te zijn, namelijk terra nigra. Dat is zo uitzonderlijk dat het wel een bepaalde bedoeling gehad moet hebben, en het zou voor - bijvoorbeeld - een grafmonument ook heel ongewoon zijn. Bij heiligdommen komt zoiets echter wel vaker voor. 

Een goed voorbeeld is de tempel van de godin Arcanua in Born-Buchten waar ook een speciale categorie aardewerk gebruikt is, in dat geval een soort mini-amforen. Een ander belangrijk argument is dat op de terra nigra potten inscripties zijn ingekrast, ook al niet erg gewoon voor een villa. Van deze graffiti zijn 4 fragmenten teruggevonden. Drie daarvan vermelden de bijnaam (cognomen) van personen: Secόndio, Sever(-us, c.q. -ianus of iets dergelijks) en iemand wiens naam begint met Cu… De vierde is moeilijker te lezen.

 Er zijn twee mogelijkheden. Misschien staat er )NDII IV(, wat dan tot een nomen gentilicium (familienaam) plus cognomen kan worden aangevuld, bijvoorbeeld (Ama)ndii Iu(cundi), (Secu)ndii lu(liani) of iets dergelijks (in de genitivus). Een waarschijnlijker lezing van de graffito is echter )NAII IV(. In dit geval zouden de eerste letters het einde van de naam van een godin (in de dativus) zijn, (..)nae, de laatste het begin van een persoonsnaam. De graffito kan dan worden aangevuld tot een zin als 'Aan (de godin) (.. .)na heeft iu(cundus, -lianus, -lius) dit gewijd'. Welke godin bedoeld is valt overigens niet te bepalen. 

Voor wat de grote villa betreft moet nog een laatste structuur besproken worden,. een grote rechthoekige kuil naast de weg in de voortuin van de pars domestica (afb. 45, s). De kuil meet 7 x 7.5 m en was oorspronkelijk voorzien van een houten bekisting die later is vervangen door een dikke laag beekklei. De vlakke vloer werd gevormd door een grindpakket. Waarschijnlijk hebben we hier te doen met een siervijver.

 



   Plattegrond hoofdgebouw

Overzicht van de opgravingen 1985-1987. Op het overzicht zijn aangegeven de funderingen van de grote villa en enkele andere grondsporen, deels uit voorafgaande en latere bewoningsfasen. De plattegrond is aangevuld met gegevens uit eerdere opgravingen (Braat 1953).

   Actiefoto opgravingen

Home   ::   Over deze website   ::   Contact   ::   Links      

www.villarustica.nl - copyright 2008 - website by www.rowini.nl