|
De vijver
is van belang
omdat hij in de
late 3e eeuw
buiten gebruik is
geraakt en gevuld
werd met
afbraakmateriaal
dat alleen maar
van de grote villa
afkomstig kan
zijn! Dat betekent
overigens niet dat
aan de bewoning
een einde kwam. In
1985 is al
vastgesteld dat in
ieder geval gebouw
A nog tot ca. 400
na Chr. compleet
overeind is
gebleven, als
onderdeel van een
Frankisch dorpje
dat in de tweede
helft van de 4e
eeuw bij de villa
is ontstaan. In
1986 zijn
bovendien twee
begravingen
gevonden uit het
begin van de 4e
eeuw.
Dat betekent dat
de villa ook in de
late 3e en vroege
4e eeuw nog moet
hebben
voortbestaan, en
er zijn ook andere
vondsten die daar
op duiden. Helaas
is het gewone
aardewerk uit deze
fase nogal
moeilijk te
dateren. Zo is het
niet helemaal
onmogelijk dat de
bovengenoemde
vijver pas in de
vroege 4e eeuw is
dichtgeraakt. Er
is echter een
betere verklaring
voor het vele
bouwpuin. In 1987
is namelijk
vastgesteld dat de
villa in een late
fase nog een keer
verbouwd is. De
belangrijkste
verandering is de
bouw van de al
eerder genoemde
vierkante toren van 8.5 x
9.5 m, met zeer
zware muren die
tot 1 .5 m dik
zijn geweest.
Dergelijke torens,
daterend uit de
latere 3e of 4e
eeuw, zijn ook
elders
aangetroffen (Bechert
1 978), soms met
verdedigingswerken
er omheen.
Daarvan
was in Voerendaal
geen sprake, zodat
we niet van een
echte burgus
kunnen spreken.
Desondanks zal de
toren, die op
geëgaliseerde
funderingen van de
villa is
opgericht, zeker
een verdedigende
functie in tijden
van nood hebben
gehad. Voor een
gebruik als
graansilo zijn
ondanks uitgebreid
onderzoek naar
graanresten geen
aanwijzingen
gevonden, al sluit
dat een
multi-functioneel
gebruik niet uit.
|