• De Villa
• Villa in de 1e eeuw 
• Villa in de 2e eeuw
• Villa in de 3e eeuw
• Plattegrond
• Structuren omgeving
• De Via Belgica
• Waar ?
• De toekomst
• Links
• Informatie
De Villa in de 2e eeuw

De grote villa krijgt vorm.

De opgraving in 1985-1987 heeft duidelijk gemaakt dat men al bij de bouw in het begin van de 2e eeuw ongeveer deze omvang voor ogen gehad moet hebben. Anderzijds is de oorspronkelijke villa in de loop van de 2e en 3e eeuw wel degelijk veranderd en hebben sommige gebouwen en vertrekken een andere functie gekregen. Maar dat wil niet zeggen dat de villa geleidelijk tot de uiteindelijke omvang is gegroeid. Eerder is al genoemd dat de grote villa in eerste instantie was omgeven door de greppel. Naderhand is deze vervangen door een andere greppel, met aan de binnenzijde een hek of haag. 

Tegelijkertijd veranderde de functie van gebouw A dat eerst vermoedelijk als stal heeft gediend en waarin later de graanoogst werd verwerkt. Verdere veranderingen bestaan onder meer uit verbouwingen van de zuilengang (porticus), de grote graanschuur en de later toegevoegde toren (G). Bovendien heeft Braat tijdens zijn onderzoek kleinere interne veranderingen vast- gesteld, bijvoorbeeld in het badgebouw (D). Het lijkt erop dat de belangrijkste veranderingen in de 2e eeuw aan de westzijde van de villa hebben plaatsgevonden, zoals ook al door het verloop van de erfgreppels duidelijk wordt. Helemaal duidelijk is de situatie overigens niet. Greppel c is hier erg ondiep geweest en moeilijk te vervolgen. 

 Uit de plattegrond blijkt dat op de plaats van deze grote graanschuur (horreum) eerst een kleiner gebouw gelegen heeft. De funderingen daarvan waren al door Habets opgetekend maar zijn door Braat om onnaspeurbare redenen gemist, waardoor zijn weergave van de plattegrond, met niet evenwijdig lopende steenmuren onder de vloer, een onjuiste reconstructie wordt

De opgraving heeft geleerd dat het eerdere gebouw niet geheel is afgebroken. Wellicht zijn de zuid- en oostmuur zelfs behouden gebleven maar in ieder geval zijn de funderingen opnieuw benut, waarbij de west- en noordmuur niet helemaal zijn afgebroken en een functie kregen ter ondersteuning van de vloer van het nieuwe horreum. Van de meeste steunmuren was overigens niet veel meer bewaard. Alleen de twee niet-doorlopende muren in de noordwesthoek van het gebouw waren nog in goede toestand. Ze zijn ongetwijfeld toegevoegd om ook daar de enorme druk van het opgeslagen graan op te vangen. De opslagcapaciteit heeft vermoedelijk tussen de 300 en 400 m gelegen, en dat betekent dat de vloer minimaal 250.000 kg moest kunnen dragen. 

Door een gelukkig toeval zijn we overigens goed ingelicht over de producten die in het horreum werden opgeslagen. Het gebouw is namelijk in brand geraakt, waardoor ondanks de vele verstoringen van eerdere opgravingen nog delen van de verkoolde inhoud geborgen konden worden!

 

In het horreum was graan opgeslagen dat voornamelijk bestond uit spelttarwe (Triticum spelta). Eénmaal is een haverkorrel (A vena sp.) gevonden, maar deze kan ook tot de onkruidsoort van haver hebben behoord. Er konden in ieder geval geen andere graansoorten worden vastgesteld, wat betekent dat er in de graanschuur alleen spelt tarwe heeft gelegen toen die afbrandde. Het feit dat alleen tarwekorrels zijn gevonden, vrijwel geen kafresten en maar weinig onkruiden is een bewijs dat in het horreum gedorst en gezuiverd graan is opgeslagen. Het botanische onderzoek in de afgelopen jaren heeft aangetoond dat er bij gebouw A gedorst moet zijn. Nadat het graan hier gezuiverd was, werd het naar de graanschuur aan de andere kant van het terrein gebracht en opgeslagen. Dat dit horreum in depars domestica ligt behoeft niet te verbazen: het is de schatkamer waarin de opbrengst van een jaar hard werken werd opgeslagen!

 Hoewel het door Braat opgegraven badgebouw ten zuiden van het horreum niet opnieuw onderzocht kon worden, zijn in de naaste omgeving daarvan wel veel gegevens over de watervoorziening verkregen. Deze blijkt een ontwikkeling te hebben doorgemaakt, want in eerste instantie is van een waterput gebruik gemaakt, direct naast het badgebouw). Helaas is een poging deze put geheel op te graven door slechte weersomstandigheden mislukt. De put moet al in de Romeinse tijd - al dan niet opzettelijk - zijn ingestort en had een maximale doorsnede van 5.40 meter. De opgegraven diepte bedraagt 7.65 m. Met boringen is vastgesteld dat de oorspronkelijke diepte minstens 13 m is geweest. Op 12.80 m onder het huidige maaiveld is een watervoerende grindlaag aangetroffen. 

Wellicht heeft de put in de eerste fase van de grote villa het badgebouw van water voorzien, maar hij kan ook heel goed al uit de le eeuw dateren. In dat geval zou zich onder het badgebouw nog een voorganger kunnen bevinden die bij de eerste villa hoort. Hoewel de waterput al vrij vroeg in de 2e eeuw buiten gebruik geraakt moet zijn, is er nog lange tijd een gat gebleven, veroorzaakt door nazakken van de grond. In de ondiepe, zwarte bovenvulling is materiaal gevonden dat dateert uit de late 3e, wellicht zelfs het begin van de 4e eeuw.

De watervoorziening moet aanzienlijk verbeterd zijn toen in de 2e eeuw vanaf de bron of bovenloop van de Hoensbeek een ondergrondse stenen waterleiding naar de villa werd aangelegd In 1987 is het verdere verloop van deze aanvoer opgegraven.

De leiding komt binnen op het achtererf en buigt dan met een rechte hoek om tot voorbij het horreum. Op de hoek is een put aangelegd. Waarschijnlijk is van hieruit via houten buizen, waarvan ijzeren hoepels zijn teruggevonden, water naar de achterzijde van het centrale woongebied gevoerd. De leiding eindigt ook weer in een vierkante put, ten noorden van het badgebouw. Een directe verbinding tussen put en badhuis is niet gevonden. Het tussenliggende stuk is echter door Braat geheel vergraven, zonder dat hij daar iets heeft opgetekend.

 Waarschijnlijk zijn de aanwezige sporen al verdwenen na (of door) het onderzoek van Habets. Op diens plattegrond zijn een aantal 'muren' opgetekend, die veel ondieper gefundeerd moeten zijn geweest dan normaal. Op andere punten in het terrein is vastgesteld dat zowel Habets als Braat stenen leidingen voor funderingen hebben aangezien, en dat zal ook hier gebeurd zijn. Hoe de tekening van Habets op dit punt nu precies geïnterpreteerd moet worden is onzeker: misschien was er sprake van een waterreservoir met leiding naar het badgebouw, misschien waren er meerdere fasen van deels weer afgebroken leidingen. Maar in ieder geval was er een verbinding met het badhuis. De twee afvoeren daarvan zijn trouwens nog wél intact teruggevonden. 

De zuidelijke, die uitmondt in greppel b, is het jongst. Voor dé noordelijke lijkt oorspronkelijk een aparte greppel gegraven te zijn. Via de greppels kwam het water ongetwijfeld weer in de Hoensbeek terecht, en datzelfde gebeurde met het water dat naar het hoofdgebouw werd gevoerd. Behalve de al in 1985 ontdekte afvoergoot iis in 1987 een tweede ondergrondse afvoer gevonden parallel met de as van de villa. Ook deze is eenmaal gedeeltelijk vernieuwd en heeft waarschijnlijk onder of in de berm van een pad gelegen dat naar de centrale hoofdingang voerde. Zowel Habets als Braat hebben delen van deze goot gevonden maar ze als muur (van de eerste villa!) geïnterpreteerd.

 



 

   Overzicht opgravingen


   Ligging t.o.v. de Steinweg


Home   ::   Over deze website   ::   Contact   ::   Links      

www.villarustica.nl - copyright 2008 - website by www.rowini.nl